vrijdag 29 november 2013

Dag 29 Big

Groot. Ik heb het volgende gefotografeerd.


Een doosje lucifers is groot genoeg om de hele wereld te laten verdwijnen. Hou het maar 's voor je oog, dan weet je wat ik bedoel.
Zet je echter op een aantal meters van je af, dan wordt het opeens een ding van niks, een flutdoosje met wat stokjes er in. Dat laatste weet je alleen nog maar, omdat je het kent. Voor hetzelfde geld is het leeg.  Of bevinden zich er alleen maar afgebrande lucifers in. Een overigens erg irritante gewoonte. Soms betrap ik me er op, dat ik hoop dat het erin gestopte lucifertje de andere 38 nog vlam laat vatten, zodat degene die zoiets doet zich rot schrikt. Zonder zich te branden overigens. Ik geef het toe ik heb een verderfelijk karakter.
Je kunt natuurlijk ook met een zo'n stokje een vuurtje stoken. En daarmee hele hectares natuurgebied verwoesten. Daarmee verdwijnt dan een leefgebied van vele bomen en planten, allerlei dieren, vogels, zoogdieren, amfibiën en insecten. Plus een mooi recreatiegebied voor mensen, waar ze in kunnen ontspannen en energie opdoen. En ook gezonde lucht inademen.
Of bijvoorbeeld een gebouw in de hens jagen en dan de werkplek of woonruimte van mensen en dieren in een puinhoop laten veranderen. Iets wat ik ten sterkste afraad. Dat is ook 'groot', want je eigen plek, waar je je veilig waant, je kinderen in bed stop of je honden of kat in hun nest, de kanarie op zijn stok en die dan in no time omgetoverd wordt tot zwartgeblakerde ruïne is verre van leuk.
Iets kleins kan dus heel groot zijn. Andersom kan ook. Iets groots kan heel klein zijn. Een kwestie van perspectief, hoe kijk je er tegen aan en wat voor effect heeft het op je leven, voor even of voor langere tijd. En zo krijgt de aloude wijsheid 'Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd' nieuwe betekenis. Door mij steevast verbasterd tot 'Wie het kleine niet eert, doet het grote ook verkeerd'.
Morgen de laatste dag van deze uitdaging. Ik vond het leuk! Ik hoop de lezer ook...

donderdag 28 november 2013

Dag 28 Vehicle

Vehicle oftwel het ouderwetse woord voertuig. De zooi waarmee je je verplaatst. Dat kan van alles zijn. Aangezien ik het het liefst dicht bij huis hou, valt er van alles af. Vliegtuig(absoluut geen favoriet van me), boot(die wel, lekker slow travel), trein(absoluut in mijn top 3, vanwege dezelfde reden), bus(dagelijkse kost voor mij), auto(soms), scooter(vroeger, echte Vespa nog, de ouderwetse zoals in Roman Holiday), brommer(o hemel, nog langer geleden, stomme Berini), fiets(nog een favoriet van me). Wat overblijft is....

 
Ik wil graag orginele foto's gebruiken, maar hier diende zich opeens praktische bezwaren aan. Eentje was dat ik geen enorme spiegel in huis heb, die bovendien ruimte genoeg zou overlaten om schuinweg een foto te nemen. En er zit op mijn huidige camera ook geen zelfontspanner, vroeger wel, erg handig. Gewoon op een richel of kast, knop indrukken en snel op je plek en flats, flits, hopla. Toen bedacht ik dat mijn uiterlijke verschijning zonder opsmuk of kleding, dus in mijn niksie zich niet meer leent voor een onverbloemd tonen aan den volke. Kijk, ik heb toch behoorlijk moeite gedaan om een lezerspubliek op te bouwen, zelfs internationaal. En dan is het niet handig om door het showen van een toch wat tobberig uitziend lijf de boel in één klap op te blazen en alle interesse het raam uit te laten vliegen. Of dat nu in Tietjerkstradeel, Gent of op de Maladiven of Buenos Aires is. Daar mag je best zuinig mee omgaan, al staat de Bezige Bij nog steeds niet op de stoep om mijn schrijfsel te drukken, promoten, zodat ik volgend jaar uitdrukkelijk uitgenodigd wordt voor het Boekenbal. Ach, Leonardo da Vinci maakte een prachtige tekening van de man onverbloemd.
Een lijf is toch een vreemd iets. Met de grootste moeite door moeders naar buiten gedreven, enigszins geholpen door de verse boreling, met een beetje geluk. Dan moet het opgroeien door de juiste voeding en zorg. Het verduurt allerlei 'aanvallen' van de omgeving. Koude, warmte, vocht, droogte, schimmels, bacteriën, verwondingen, van binnen en van buiten. En onderwijl verwacht men over het algemeen, dat alles functioneert, erger nog, dat alles ook blijft functioneren. Buiten de snottebellen en een nies af en toe, een paar puistjes of mee-eters, de gebruikelijke haaruitval tijdens het kammen en borstelen vinden we het nogal normaal dat we kunnen lopen, zitten, bukken, dingen dragen, zien, horen, ruiken en proeven. Ook dat we van tijd tot tijd zonder problemen poepen en ook als we opgewonden raken van een ander type met leuk lichaam, dat we gaan transpireren, dingen opzwellen of zich openen, zodat we kunnen genieten, hopelijk van een opwindend samenzijn. We verzorgen ondertussen de boel door het schoon te houden, te verwarmen, af te koelen, te oefenen zodat de spieren soepel blijven, de buik plat. We laten oren die uitsteken corrigeren, wallen verwijderen of opspuiten, voeten bijwerken, tenminste de nagel. We verven, lakken, laten haar knippen en frutten er met allerlei vloeistoffen aan, net als aan onze huid. Spul tegen het zweten, tegen ultraviolette stralen, uitdrogen, piekend haar, winterse neusvliezen, sabbelen op dingen om onze keel te smeren etc. etc. En dan het zwaardere werk: we krikken hangende borsten en billen soms op in de strijd tegen de zwaartekracht. Onwillige piemels daar weten we ook raad op, slikke Viagra of bezoeken de seksuoloog of psychiaters. Vlekjes worden weggehaald, onderzocht. We zijn er maar bezig mee. En dan....aan het einde liggen we toch, ondanks al die zorg, met stijve kuiten en de neus omhoog. Met de laatste lik verf en soms wat spul in je aders om het verval nog enigszins een halt toe te roepen en de temperatuur te houden zoals het altijd was. De mensen die van je houden(en soms wat nieuwsgierigen) komen kijken 'hoe je er bij ligt', roepen ach en wee en janken wat. En dan wordt dat lijf, waar zoveel geld en moeite in gestopt is in jaren of onder de grond gestopt of verdwijnt in de oven om verpulverd te worden tot een toch treurig hoopje as. Het is niet allemaal wat of wie we zijn. We zijn meer als dat lichaam. Lic-haam. Lic betekent vlees, haam is hemd. Dat u het effe weet. Gelukkig maar. En voor mij staat vast, dat we na een tijd het helemaal nog eens 'gezellig' over doen. We zoeken een moeder en een vader, een familie en zo meer, duiken weer 's zo'n lijf in en floepen het leven weer in, hier op aarde. En..gek genoeg, leren we er toch van. Laat dat een troost zijn. En ondertussen dat lijf maar even wat vergeten, want ik word er anders maar wat treurig van. Het tuigje waar ik me mee vervoer. Soms huppelend, soms slepend. En soms helemaal niet...haha. Zoals alle anderen om me heen... 
 

woensdag 27 november 2013

Dag 27 Tree

We naderen al weer het einde van de uitdaging. Vandaag het onderwerp Boom. In de straat waar ik woon staan veel bomen. Gelukkig wel. Ik hou van bomen. In de straat waar ik ben geboren stonden ook bomen. Eiken om precies te zijn. Een geruststellend beeld die prachtige grote bomen naast de weg. Helaas namen ze ook het zicht weg van de automobilisten, zeker als die te hard reden. In de straten waar ik later woonde, zag ik veel minder bomen helaas. In Venray voor de flat stonden bomen, ik weet niet meer welke. In Heerlen aan het plein stonden bomen, met propellertjes er aan in de herst. Die dwarrelden zo mooi dromerig naar beneden. En verder in de straat andere bomen, net als bij de vijver. We hadden er één zomer een vreselijke storm, waarbij ze omknakten als lucifershoutjes. In Weert had ik lindebomen voor de deur en aan de overkant stonden veel bomen bij de beek. O.a. een enorme oude kastanje. Prachtig! Mijn neefje en nichtje gingen er rapen toen ze bij ons logeerden. Ze vonden het geweldig, want in Zeeland, waar ze woonden stonden niet zoveel bomen vlakbij. Later bij mijn flat stonden platanen. Vanaf de 1e verdieping zag ik hun bladerkroon, die 1x per 3 jaar gesnoeid werd. Een beetje aftandse bomen bleven dan over, ze zagen er uit als armoedige kandelaars. Maar in de lente kwam het weer goed en bloeiden ze weer op. Bij het appartement later stonden ook kleine boompjes. En bij ons laatste huis niet, de straat was nog te nieuw. Dat zou later nog komen, vertelde me ons. Net als de postcode, die hadden we niet, omdat nog niet alle huizen klaar waren. Ik heb nog nooit zo'n onzin gehoord van de gemeente, dat je geen postcode had bij het huis waar je al lang en breed in woonde. En dat terwijl Fred toen zo'n 125 penvrienden had, wereldwijd. Onze onvolprezen oude postbode bracht de post alsnog 'gewoon', omdat hij herinnerde waar we eerst woonde. Heel secuur, hij was autistisch. Geweldig, geen brief gemist! Nu wonen we aan een weg, buiten ons dorp. Er staan tegenover ons coniferen, hele grote. En taxusbomen, berken, populieren, hazelaars, hulst.  In sommige hangen in de zomer hopplanten. En onder in de berm bloeien braamstruiken. Aan de andere kant staan kastanjes, canidassen, beuken(rode en groene) o.a. En bij de bushalte acacia's en platanen. Net als in de straat tegenover ons, daar sieren dikke platanen de weg naar boven.
In onze tuin bevinden zich ook bomen. Voor we hier kwamen wonen, stond er een oude eik. Die was te groot en liet teveel bladeren vallen die vervolgens in de vjiver viel. En werd dus omgehakt. Ik weet nog van vroeger toen in mijn straat de helft van de eiken moest verdwijnen, dat het enorm scheelde in licht in ons huis. De boom viel voor ons raam en het leek of opeens een hoop lampen aan gingen. Gek, hoe snel je daar weer aan wende, alsof het nooit anders was geweest. In onze tuin staan nog een grote taxus achterin. Die produceert prachtige rode bessen(giftige dat wel) en blijft altijd mooi donkergroen. Ernaast staat een zomereik. En verder in de tuin een tulpenboom, een paar hulststruiken of -bomen en een plataan. Die een parasolvorm heeft. Min of meer. Elk jaar nemen we ons voor om de boom flink te snoeien, zo'n keer of 3 á 4 per zomer. Elf jaar geleden was het een dun stammetje, ondersteund door een paal met een rubber band. De vorige eigenaar had er een vierkante houten tafel omheen getimmerd met een gat in het midden voor de boom. Met 8  houten stoelen er om heen. Zag er leuk uit, maar het was erg onpraktisch. De tafel is inmiddels gesneuveld, de stoelen zijn er nog. Geschilderd en wel. De helft in een soort botergele kleur en de andere in lichtblauw. Oersterk. De plataan staat fier rechtop. Hij is stukken dikker nu en bladdert lekker af, zodat de stam doet denken aan camouflagestof die men gebruikt voor militaire kleding. Fascinerende kleuren en patroon tussen de stukken onderling. Het verveelt nooit. Dat is bij bomen sowieso niet het geval, vind ik. Er staat achterin de tuin ook nog een hazelaar. Elke lente mooi rood van kleur en als door betovering worden de bladeren verder in de zomer groen. De eekhoorntjes komen snoepen van de hazelnoten, die ze vinden. Soms liggen die onrijp op de grond, de rokjes er om heen. We hebben ook een krulhazelaar geplant. Eigenlijk hebben we nog een hele rij bomen. Hedera helix aborecens. De klimop. Maar dat mag hier eigenlijk geen boom heten, die hechten zich aan andere oppervlakken. Ze vormen in onze tuin een haag, van het huiskamerraam tot achter aan het einde van de tuin, 45 meter verderop. De vogels vinden het heerlijk, want het zit vol met besjes, insecten en zo meer. Ze bouwen er nesten in en planten zich voort als bezetenen. Twee tot drie nesten per seizoen zijn geen uitzondering. Ik heb de liefde voor bomen mee genomen vanaf mijn geboorteplek naar hier. En ik heb natuurlijk mijn voorkeuren. Lindebomen stonden in de straat bij mijn ene oma. Daar slofte ik lekker door de bladeren in de herfst en schopte ze omhoog. Bij mijn andere oma stonden ze aan de zijkant van hun huis. Ze hebben mooie hartvormige bladeren. De rode beuken vind ik ook erg mooi, statig! Ik ken hier vlakbij een laantje dat er vol mee staat. En op de hei hier staan prachtige Amerikaanse eiken. De taxus is vanouds her een boom die je zag op kerkhoven, vanwege de kleur die blijft herinnert die aan 'eeuwig leven', net als de buxus. En de hazelaar komt voor in veel sprookjes, o.a. dat van Assepoester. Net als de vlier. Bij de Kelten stonden strenge wetten op het beschadigen van bomen, ze waren heilig. Ik kan me daar goed in vinden. Ik zag in Engeland twee oeroude eiken, zowat 2000 jaar oud. En de Engelsen zouden de Engelsen niet zijn als ze er niet op een speciale manier mee omgingen. Ze hadden namen gekregen en een hek stond er omheen. Je mocht er niet dichtbij komen of ze aanraken. Ik heb nog nooit zoiets absurds gezien en trok me er geen bal van aan. Helaas zijn ze inmiddels gesneuveld. De karkassen staan er nog, ontdaan van bladeren en van binnen aardig hol. Ik was er zo'n 35 jaar geleden. Ah, er is nog zo'n mooie boom, de olijf. En natuurlijk de vijg, die inmiddels, door het veranderende klimaat beiden hier aardig stand kunnen houden. Net als sommige palmen.
En de eucalyptus, die uit Australië komt natuurlijk. Een arbetorium is wat dat betreft een leuke plek om eens verschillende bomen bij elkaar te zien en wat meer aan de weet te komen. De klimop b.v. komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, daarom bloeit ie nog steeds in de winter hier, omdat het dan daar zomer is. En als je een fruitvlek hebt, pluk dan een blad van de klimop, doe die bij je was in de wasmachine en de vlek is gegarandeerd weg. Goedkoop en het werkt! Het blad moet gekneus worden, maar daar zorgt de machine voor...De boom is erg veelzijdig. Vroeger werden er zelfs stukjes stof van zieken in gehangen om hun genezing af te smeken. De zgn. koortsbomen. En dan heb je nog de vogellijm of mistletoe, die als parasiet in de bomen groeit in b.v. Zuid-Limburg. Op te hangen met de kerst, want een ieder die er onder staat mag gekust worden. Als dat geen vrede brengt, dan weet ik het ook niet meer. Want wie kust, vergeet al het andere, dat kan niet anders. En daarom is het ook zo goed dat we, naar oud heidens gebruik, een boom binnen zetten en versieren in de winter. Ere wie ere toekomt! En daar zal Irene van Lippe-Biesterfeld het ook wel mee eens zijn. Kan ze een keer binnen knuffelen...:)