Deze film werd door mijn man opgezet op een onbewaakt ogenblik. Ik was met iets heel anders bezig, maar werd van de eerste seconde af gegrepen. Hij is anders, spannend, verrassend en deed me heel hard lachen en een traan wegpinken. Kijken! Beste film die ik in jaren heb gezien! Genieten!
woensdag 3 oktober 2012
dinsdag 2 oktober 2012
Hoop in de hoek
Uit een erfenis kon ik een stereosetje bemachtigen.Ik was er erg blij mee. Voor een ander leek het misschien niet veel, maar in gedachten had ik er al een bestemming voor.
Het middenstuk bestond uit een cd-speler, radio(fm en am) en een cassettedeckje. Vooral dat laatste trok me aan.
Natuurlijk ben ik de ogen van velen al stokoud. Geliefden dienen me af en toe af te stoffen of een sopje te geven, alvorens ik me onder medemensen begeef. De schrik als ze die voorzorgsmaatregelen niet zouden treffen, zou wel eens ongewenste resultaten op kunnen leveren. Met fatale gevolgen zelfs. Ik ben zo oud, dat ik nog persoonlijk de bandrecorder heb meegemaakt. Kun je nagaan.
Zo´n kreng woog zeker een kilo of 3 schat ik. Je kon er een ellenlange band op monteren, die van een gigantische spoel op de andere overliep, mits je het begin van die band door een miniem gleufje frummelde en vast liet trekken. Dat mislukte regelmatig en dan zat je met een hoop spagetti-achtige bruine band in een hand en keek bedenkelijk naar de verdomde spoel, die niet deed waar die toch voor gemaakt was.
Eenzelfde probleem deed zich later voor bij het cassettebandje. Hoewel het gesloten circuit van het kreng een hele verbetering was, bleef het bandje toch regelmatig hangen om onbegrijpelijke wijze. Dat leverde dan een vreemd soort probleem op. Niet langer in je hand maar in het enorm kleine klepje waarin je zo´n bandje stopte en de uitstekels in dat holletje, waar je het op moest klemmen. Als je de cassette buiten de afspeler had, kon je vrij gemakkelijk de boel weer op orde krijgen. Een simpel potlood en je kon de band weer terug in het gareel krijgen. Het enige was dat je wat kreukelachtige beschadigingen kon waarnemen op de band, die ook niet meer te repareren waren. Sommige knipten de band wel eens stuk en plakten die dan weer aan elkaar, maar dat gaf toch ook een raar resultaat omdat midden in een liedje een zanger een hik had en twee of drie regels van zijn ´mieterse song´ oversloeg. Uiterst onbevredigend.
En we namen wat op in die tijd. Door gebrek aan zakgeld en niet gehinderd door de Buma die met allerlei regels kwam, zaten we regelmatig aan de radio of transistor gekluisterd om tijdens de top 40(een blaadje met daarop de hitparade van die week kon je gratis ophalen bij de plaatselijke muziekhandel, als je snel genoeg was) die ene song te tapen. Timing was van het grootste belang, want iets te laat inzetten en de hik ontstond al meteen. Maar oefening baart kunst en aangezien we de manier van praten van de discjockeys op de favoriete zenders kenden als de inhoud van onze middelbare schoolpukkels, vormde dat geen ernstig probleem.
Het middenstuk bestond uit een cd-speler, radio(fm en am) en een cassettedeckje. Vooral dat laatste trok me aan.
Natuurlijk ben ik de ogen van velen al stokoud. Geliefden dienen me af en toe af te stoffen of een sopje te geven, alvorens ik me onder medemensen begeef. De schrik als ze die voorzorgsmaatregelen niet zouden treffen, zou wel eens ongewenste resultaten op kunnen leveren. Met fatale gevolgen zelfs. Ik ben zo oud, dat ik nog persoonlijk de bandrecorder heb meegemaakt. Kun je nagaan.
Zo´n kreng woog zeker een kilo of 3 schat ik. Je kon er een ellenlange band op monteren, die van een gigantische spoel op de andere overliep, mits je het begin van die band door een miniem gleufje frummelde en vast liet trekken. Dat mislukte regelmatig en dan zat je met een hoop spagetti-achtige bruine band in een hand en keek bedenkelijk naar de verdomde spoel, die niet deed waar die toch voor gemaakt was.
Eenzelfde probleem deed zich later voor bij het cassettebandje. Hoewel het gesloten circuit van het kreng een hele verbetering was, bleef het bandje toch regelmatig hangen om onbegrijpelijke wijze. Dat leverde dan een vreemd soort probleem op. Niet langer in je hand maar in het enorm kleine klepje waarin je zo´n bandje stopte en de uitstekels in dat holletje, waar je het op moest klemmen. Als je de cassette buiten de afspeler had, kon je vrij gemakkelijk de boel weer op orde krijgen. Een simpel potlood en je kon de band weer terug in het gareel krijgen. Het enige was dat je wat kreukelachtige beschadigingen kon waarnemen op de band, die ook niet meer te repareren waren. Sommige knipten de band wel eens stuk en plakten die dan weer aan elkaar, maar dat gaf toch ook een raar resultaat omdat midden in een liedje een zanger een hik had en twee of drie regels van zijn ´mieterse song´ oversloeg. Uiterst onbevredigend.
En we namen wat op in die tijd. Door gebrek aan zakgeld en niet gehinderd door de Buma die met allerlei regels kwam, zaten we regelmatig aan de radio of transistor gekluisterd om tijdens de top 40(een blaadje met daarop de hitparade van die week kon je gratis ophalen bij de plaatselijke muziekhandel, als je snel genoeg was) die ene song te tapen. Timing was van het grootste belang, want iets te laat inzetten en de hik ontstond al meteen. Maar oefening baart kunst en aangezien we de manier van praten van de discjockeys op de favoriete zenders kenden als de inhoud van onze middelbare schoolpukkels, vormde dat geen ernstig probleem.
De tijd diende zich aan om mijn nieuw verworven stereosetje te gaan uitproberen. Ik stelde me voor dat ik er meditatieve dingen op kon draaien of de nostalgie hoogtij laten vieren met nog bewaarde bandjes. Helaas had ik net een stel van die dingen weggedaan. Je kunt nu eenmaal niet jaren stof laten ontstaan en dan nog verwachten dat ze gewoon hun inhoud ten gehore brengen. Een stel had ik echter gered en in een speciaal doosje apart gehouden. De schat waar ik toch niet helemaal afstand van kon doen.
De eerste poging mislukte grandioos. Ik stopte een cd in de bovenklep, duwde op de daartoe bestemde knoppen. Niks. Eens goed kijken. Hoe moeilijk kon het zijn? Wat gefrunnik aan de knoppen die de stand van zaken betreffende de verschillende geluidsweergevers regelde. Nog niks. Verdorie, wat is dit nou? Ik zag mijn droom al in duigen vallen. Maar wat ik ook probeerde of deed, er gebeurde niks. Erg teleurstellend. De radio werkte wel. Enig gekraak en geruis, maar na het zoeken kwam ik al gauw op echt radiozenders en klonk er warempel muziek en stemmen van presentatoren of het nieuws. Dat was in ieder geval mogelijk. Ik bekeek de achterkant. Er zat een vak voor batterijen. Na wat gehannes vloog het dekseltje er af. Een groot compartiment werd zichtbaar. Er hoorden nogal wat batterijen in. Van die flinke dikke. Tja, die had ik niet zomaar in huis liggen. En ik was ook niet van plan ze aan te schaffen bij een apparaat dat het misschien niet zou doen. Ik word nog wel eens ongeduldig bij zullke actie´s. Maar enige voorzichtigheid leek me geboden. Dus ik zette het hele geval aan de kant. Voor later...
Op een ochtend haalde ik hem echter weer tevoorschijn. Ik plantte het beneden voor mijn neus, haalde de doos met cassettebandjes tevoorschijn. Soms is het het beste om gewoon te doen of er niks aan de hand is en hopen op een klein wonder. Ik koos een bandje uit, plaatste het achter het klepje en duwde het dicht. Vervolgens op de knop. Niks. Nog maar ´s gekeken. Okee, 2e poging. Om beter te kunnen zien, had ik het apparaat gedraaid. Het stond nu in een hoek van 90%. En warempel, na enig wachten kwam er geluid. Alleen niet wat ik verwachtte. De Ierse sopraan die van mijn haar kwinkelerende stem ten beste mocht geven, leek nog het meest op een alt of mezzo-alt. De woorden die ze zong, kwamen erg langgerekt uit haar mond, als stroop die niet los wilde komen van een oppervlak...Niks kwinkelerend, maar hees en sexy, een beetje mannelijk zelfs...Dan maar eens een andere proberen. Arabische muziek, die ik me nog goed herinnerde. Een lijzig gezongen stuk met ritme, dat zich bleef herhalen. Ooit gekregen van een Arabische vriend, jaren geleden. Dat werd ook aardig vervormd. Net kamelen die door een moeras heen probeerden te ploegen en een orkest dat opzwepend diende te zijn, maar het niet was. Afschuwelijk. Ik draaide het stereosetje. Onmiddellijk stopte de muziek. Ik stopte er nog een andere casette in. Za tebe pejem, de groep waar ik ooit deel van uit maakte, klonk redelijk door de speakers. Niet helemaal top, maar welke groep is dat wel alle dagen? Alleen van 90 graden naar 0, dan stokte het weer. Ik speelde er maar ´s mee. 90 graden en muziek en 45 graden weg. Weer terug naar de beginstand en hup daar gingen de Joegoslaven weer. Grappig, maar niet zoals ik het zou willen helemaal...De mantra´s en de liederen van de kantorij heb ik maar achterwege gelaten. Ik vond het jammer dat ik de Sumatraanse muziek en de Mariachi uit Mexico heb weggegooid. Om over de negrospirituals maar te zwijgen. En de indianenmuziek. Want ik heb nog hoop. Als ik de koppen van de cassettespeler even oppoets met spiritus, dan lukt het misschien. De CD-speler deed het 2 seconden, maar bij de goeie stand leek die het te doen. Dan maar in een hoek van 90 graden. Een mens moet zich kunnen aanpassen. En zonder hoop is er geen leven...
Bali for ever
Een lieve vriendin ging ´opeens´ naar een prachtig eiland. De omstandigheden waren niet optimaal, maar het is behelpen in het leven. Ik gunde het haar van harte.
Terug reizende meldde ze ons via social media dat ze het jammer vond, omdat het zo heerlijk toeven was daar. Dat wilde ik meteen geloven. De foto´s die ze meezond, namen het eventueel aanwezige twijfel compleet weg. Een fantastisch zwembad, waarin een barretje met atapdakje en fraai uitzicht en ligbedden. Een zitje met bougainville, palmen en meer van inheemse flora. Een hemelbed waar slapen een schromelijke misvatting betekende.
Ik ging onmiddellijk terug in de tijd, zo´n 20 jaar. Een hotel op loopafstand van het strand. Verspringende huisjes allemaal wit met optimale privacy, snoepjes op het nachtkastje(tegen de zwaveldampen en voor een romantische nacht), een zacht geurend bloempje op het kussen. Bij het zwembad een zitje waar ik geweldige fruitmelange at elke ochtend(vergeet voor het gemak maar het zacht gekookt eitje, dat ik zo leeg kon laten druipen...halve minuut koken was íets te kort)
Lange ritten, slingerend door het immer groene landschap, enorme temperaturen. Lauw water, toch drinken want ijskoud water, hoe lekker ook was uit den boze, je maag klapt dubbel als een klapband op een snelweg. Naast me in het busje een sarong en slendang voor eventueel tempelbezoek. Je slaat dan een prachitge wikkelrok om en een slendang als riem er boven, uit respect.
We werden spontaan uitgenodigd voor zoiets in een bergdorp. Na het afwachten van de moessonbui, wat toch een uurtje of 2 1/2 duurde, konden we opnieuw op weg. De tijd doodden we met gebabbel, lachen en fruit met hete thee. Onze sarongs werden ´afgekeurd´ door onze lieve gastvrouw op een onnavolgbare wijze, want een gast mag NOOIT, ik herhaal NOOIT malu worden(in verlegenheid gebracht of gezichtsverlies lijden) door gedrag dat als kasar(lomp of ondoordacht) betiteld kan worden. Wat een ellende voor een westerling om zo lang te wachten tot de natuur ons toestaat te doen wat we willen.
Op een van de lange ritten vertelde de gids tijdens een korte stop(er moesten nodig foto´s genomen worden) dat er langs de kant van de weg een koffieplant stond. Die wilde ik persé zien, als notoire koffieleut. Dus dat deed ik. De Balinees rees niet eens zijn wenkbrauw, maar mijn medetoeristen uit Brazilië o.a. lagen in een deuk, die vonden het belachelijk. Hoe kasar! Maar ja, zij zouden waarschijnlijk lyrisch worden van 2 tulpen die een groen knopje boven de aarde zouden produceren...
Ik ben er eregast geweest op een Hindoe-bruiloft. De vrouwen daar zijn ongelooflijk elegant en sierlijk.Wat een beetje verneukeratief is. Zo´n prachtige godin die dans als een elf en beweegt als een etherisch wezen, zit even later b.v. naast je in de bus en rochelt gezellig een onbeschrijfelijke klodder op 2 cm naast je slippertje.
Dat haalt de betovering nogal weg...Bovendien die charme door kleine kinderen echt urenlang te drillen van een zeer jonge leeftijd, de taksi(charme) ontstaat door training...het is niet anders.
De zelfde onthutsing voelde ik toen ik met mijn vriend na de moessonbui in mijn geleende ´zondagse´ sarong met slendang bij de Hindoetempel aankwam in het aardeduister, we opnieuw moesten wachten onder een dakje, waar een stel vrouwen al slapend wachten. Twee daarvan hadden binnen 2 seconden gezien, dat vriend en ik dezelfde ringen droegen en trokken de correcte conclusie dat die twee witte heren bed en leven deelden. Een realitycheck voor deze witte meneer, want leven in een Balinees gat op een berg, wil niet automatisch zeggen, dat je niet weet wat er in de wereld te koop is. Alweer een vooroordeel naar de knoppen, de witte meneer in een oogwenk op zijn nummer gezet zonder moeite...ai!
De geweldige panorama´s, de fantastische gerechten, het was fantastisch. Maar de bedelende kinderen, die uitgebuit worden door benden, waarbij 5, 6 jarigen verjaagd werden onder mijn ogen door 8, 9 jarigen, daar word ik misselijk van. En dan heb ik het nog niet over de zeer verborgen sex-industrie. Ik werd op een argeloze wandeling de huid volgescholden, omdat ik niet op de avances van een vrouw wilde ingaan...ik bedoel maar.
Maar de goede herinneringen blijven. De etensgeuren overal op straat. De muziek, de prachtig aangelegde tempels, de gastvrijheid, de dansavonden, de mooie hebbedingen en kleding tegen afbraakprijzen.
Aan de andere kant laten wij hier ook busladingen Japanners en andere vakantie-gangers ook de mooiste dingen en de fijnste dingen zien, die ons kikkerlandje te bieden heeft. Er zijn hele volksstammen die nog steeds leven met de illusie dat we elke dag opstaan, ons in nationaal kostuum hijsen, onze klompen aandoen en ons onledig houden met het laten draaien van molens, roken van paling en foto´s nemen, tulpen planten. Als dat niet kan, stuur je je vrouw of vriendin naar de Wallen om daar te pezen, terwijl je zelf je wietplantjes water geeft of als drugskoerier met je auto door het land scheurt om bestellingen af te leveren.
Ik hou die lekkere babi ketjap in gedachten en hoor de Balinese gamelan en strijk mijn slendang nog ´s glad.
(Die jaren om mijn Thaise boeddha heeft gehangen trouwens) Ik geef het toe, ik ben een toerist van niks.
Maar ik hou van Bali. En van dat beetje illusie die ik willens en wetens overeind hou. Het spijt me...
Terug reizende meldde ze ons via social media dat ze het jammer vond, omdat het zo heerlijk toeven was daar. Dat wilde ik meteen geloven. De foto´s die ze meezond, namen het eventueel aanwezige twijfel compleet weg. Een fantastisch zwembad, waarin een barretje met atapdakje en fraai uitzicht en ligbedden. Een zitje met bougainville, palmen en meer van inheemse flora. Een hemelbed waar slapen een schromelijke misvatting betekende.
Ik ging onmiddellijk terug in de tijd, zo´n 20 jaar. Een hotel op loopafstand van het strand. Verspringende huisjes allemaal wit met optimale privacy, snoepjes op het nachtkastje(tegen de zwaveldampen en voor een romantische nacht), een zacht geurend bloempje op het kussen. Bij het zwembad een zitje waar ik geweldige fruitmelange at elke ochtend(vergeet voor het gemak maar het zacht gekookt eitje, dat ik zo leeg kon laten druipen...halve minuut koken was íets te kort)
Lange ritten, slingerend door het immer groene landschap, enorme temperaturen. Lauw water, toch drinken want ijskoud water, hoe lekker ook was uit den boze, je maag klapt dubbel als een klapband op een snelweg. Naast me in het busje een sarong en slendang voor eventueel tempelbezoek. Je slaat dan een prachitge wikkelrok om en een slendang als riem er boven, uit respect.
We werden spontaan uitgenodigd voor zoiets in een bergdorp. Na het afwachten van de moessonbui, wat toch een uurtje of 2 1/2 duurde, konden we opnieuw op weg. De tijd doodden we met gebabbel, lachen en fruit met hete thee. Onze sarongs werden ´afgekeurd´ door onze lieve gastvrouw op een onnavolgbare wijze, want een gast mag NOOIT, ik herhaal NOOIT malu worden(in verlegenheid gebracht of gezichtsverlies lijden) door gedrag dat als kasar(lomp of ondoordacht) betiteld kan worden. Wat een ellende voor een westerling om zo lang te wachten tot de natuur ons toestaat te doen wat we willen.
Op een van de lange ritten vertelde de gids tijdens een korte stop(er moesten nodig foto´s genomen worden) dat er langs de kant van de weg een koffieplant stond. Die wilde ik persé zien, als notoire koffieleut. Dus dat deed ik. De Balinees rees niet eens zijn wenkbrauw, maar mijn medetoeristen uit Brazilië o.a. lagen in een deuk, die vonden het belachelijk. Hoe kasar! Maar ja, zij zouden waarschijnlijk lyrisch worden van 2 tulpen die een groen knopje boven de aarde zouden produceren...
Ik ben er eregast geweest op een Hindoe-bruiloft. De vrouwen daar zijn ongelooflijk elegant en sierlijk.Wat een beetje verneukeratief is. Zo´n prachtige godin die dans als een elf en beweegt als een etherisch wezen, zit even later b.v. naast je in de bus en rochelt gezellig een onbeschrijfelijke klodder op 2 cm naast je slippertje.
Dat haalt de betovering nogal weg...Bovendien die charme door kleine kinderen echt urenlang te drillen van een zeer jonge leeftijd, de taksi(charme) ontstaat door training...het is niet anders.
De zelfde onthutsing voelde ik toen ik met mijn vriend na de moessonbui in mijn geleende ´zondagse´ sarong met slendang bij de Hindoetempel aankwam in het aardeduister, we opnieuw moesten wachten onder een dakje, waar een stel vrouwen al slapend wachten. Twee daarvan hadden binnen 2 seconden gezien, dat vriend en ik dezelfde ringen droegen en trokken de correcte conclusie dat die twee witte heren bed en leven deelden. Een realitycheck voor deze witte meneer, want leven in een Balinees gat op een berg, wil niet automatisch zeggen, dat je niet weet wat er in de wereld te koop is. Alweer een vooroordeel naar de knoppen, de witte meneer in een oogwenk op zijn nummer gezet zonder moeite...ai!
De geweldige panorama´s, de fantastische gerechten, het was fantastisch. Maar de bedelende kinderen, die uitgebuit worden door benden, waarbij 5, 6 jarigen verjaagd werden onder mijn ogen door 8, 9 jarigen, daar word ik misselijk van. En dan heb ik het nog niet over de zeer verborgen sex-industrie. Ik werd op een argeloze wandeling de huid volgescholden, omdat ik niet op de avances van een vrouw wilde ingaan...ik bedoel maar.
Maar de goede herinneringen blijven. De etensgeuren overal op straat. De muziek, de prachtig aangelegde tempels, de gastvrijheid, de dansavonden, de mooie hebbedingen en kleding tegen afbraakprijzen.
Aan de andere kant laten wij hier ook busladingen Japanners en andere vakantie-gangers ook de mooiste dingen en de fijnste dingen zien, die ons kikkerlandje te bieden heeft. Er zijn hele volksstammen die nog steeds leven met de illusie dat we elke dag opstaan, ons in nationaal kostuum hijsen, onze klompen aandoen en ons onledig houden met het laten draaien van molens, roken van paling en foto´s nemen, tulpen planten. Als dat niet kan, stuur je je vrouw of vriendin naar de Wallen om daar te pezen, terwijl je zelf je wietplantjes water geeft of als drugskoerier met je auto door het land scheurt om bestellingen af te leveren.
Ik hou die lekkere babi ketjap in gedachten en hoor de Balinese gamelan en strijk mijn slendang nog ´s glad.
(Die jaren om mijn Thaise boeddha heeft gehangen trouwens) Ik geef het toe, ik ben een toerist van niks.
Maar ik hou van Bali. En van dat beetje illusie die ik willens en wetens overeind hou. Het spijt me...
Abonneren op:
Posts (Atom)


