dinsdag 12 juni 2012

Soldaatje

Een piepklein berichtje trok mijn aandacht. Een soldaat was gevonden. Let wel: 200 jaar nadat ie viel op het slagveld. Het bleek zelfs dat ze nog delen van zijn wapenrok teruggevonden hebben en zijn uitrusting. Wat mij dan weer hogelijk verbaasd. Wat is er in hemelsnaam nog over van zijn spullen? Of van zijn vege lijf?
Wat me ook fascineert is: waar komt ie vandaan? Wie is het? Want in juni 1815 hebben ze een Duits-Brits-Nederlandse alliantie gevormd om de legioenen van de Franse keizer op de knieën te dwingen. Een ieder weet dat dat gelukt is. Midden in wat nu België is, kwamen enorme mensenmassa´s bij elkaar. Duitsers, Britten en soldaten van de lage landen plus de Fransozen. Achter al die mannen kwamen nog anderen mee, de marketensters en zo meer. Want dat hele spul moest eten, scheuren in hun broek genaaid, sokken gestopt en de adrealine zorgden voor nog meer opwinding. Ook daarin moest worden voorzien door vrouwen van lichtere zeden. En er moest gegeten en gedronken worden. Bratwurst en Knödel voor de Germanen, haringen voor de Noord-Nederlanders, gebraden kiekens voor de Zuid-Nederlanders, schapenvlees voor de Schotten en Welshmen, stew voor de Engelsen met Black Pudding of Spotted Dick. En niet te vergeten voer voor de Fransozen: Quiche voor die uit Elzas-Lotharingen, baguette en ratatouille voor de mediterrane Fransen. Bovendien nog bier, schuimend bier! En wijn. En mede! Ach, wat een toestand, zo´n veldslag. Wat een organisatie! En dan heb ik het nog niet over het voer voor de paarden. Van de officieren en die de kanonnen moesten trekken, van de ene plek naar de andere. Vaandels die versleept dienen te worden. Trommels met stokken en fluiten. Doedelzakken. 


Ik vraag me inenen af hoeveel van die dappere mannen toen in het stof hebben gebeten op dat onmetelijke veld, waar ze werden opgesteld. Pionnen in slagorde. Kanonnenvlees. Hoeveel bajonetsteken, hoeveel kogels, hoeveel kanonskogels. Hoeveel kreten en schreeuwen. En naderhand? Gekreun, gezucht, gehuil. Ik stel me voor, dat je als soldaat je heel wat voelt. Met je makkers op één rij. Uniformen aan in mooie kleuren, nieuwe laarzen. Maar ja, als er aan de andere kant een even grote groep staat. Met daarachter paarden met mannetjes er op, blinkende bajonetten, tromgeroffel en schrille fluiten. Wapperende vaandels, die jij met je club moet veroveren. Al is het alleen maar om er eer mee in te leggen en in een of andere kapel straks op te hangen. Maar ja, dat kost heel wat maten van je dan hun leven. Of enkele ledematen. Ook niet zo handig, als je na dat avontuur weer terug naar huis moet strompelen met één been minder. En er dan op het land moet werken voor vrouw en kinderen. Schiet niet zo op.
Ik denk dat er heel wat stoere mannen met angst en beven aan begonnen zijn. God zegene de greep. Bijna in hun broek piesend met gierende zenuwen in hun keel. Denkend aan hun vrouw, hun lief, hun kinderen. En...als ze neergestoken of geschoten waren...aan hun moeder. Het schijnt dat zowat elke soldaat in doodsnood om zijn moeder roept...
Dat gigantisch veld moet wel een verschrikkelijk tafereel hebben geboden na afloop. Doden, gesneuvelden, gevelden, gewonden die niks meer konden. Ook paarden die het begeven hadden. Bloed, de geur van dood en verderf. Hebben de overgeblevenen zich uitgekuurd op de vrouwen in de buurt? Hen verkrachtend en bedreigend? Of hebben ze ´alleen´ plunderend en moordend zich uitgeleefd in de regio?
Ik stel me dat ene mannetje voor, hoog op zijn schimmel, die de oorzaak was van heel veel van die ellende. Die een behoorlijk overmaats ego bezat en de boel wel even zou regelen. Nou dat heeft ie gedaan. Maar ten koste van wat. 
De man die ze gevonden hebben, na 2 eeuwen, blijft onbekend. Ik kan me niet voorstellen dat ze ergens nog aan kunnen vaststellen wie het betreft. Gewoon een arme dondersteen die gerecruteerd werd. Of vrijwillig, onder het mom van patriottisme. Zijn mannelijkheid en ijdelheid aangespoord, zijn zin voor avontuur en het grote onbekende uitgebuit. 
200 jaar heeft ie vergeten onder een grasveld gelegen. Onwillekeurig moet ik denken aan hoe ik in de Dome des Invalides stond in Parijs. Onder een prachtige koepel met marmer stond pontificaal een tombe. Zeven kisten over elkaar heen met daarin de armzalige resten van de grote kleine man. Geflankeerd door de oude ijzervreters van het toenmalige Franse leger, die de boel moesten bewaken. Er hing een plechtige stilte. Door mij op een verschrikkelijke manier verstoord, want ik kreeg een gigantische giebelbui. Die wilde natuurlijk niet meer over gaan. Het kwam me ook behoorlijk belachelijk voor, zo´n enorm gebouw met die koepel. En dan die gewelfde tombe met dat menneke daarin. De bewaking keek me vals aan en maande me tot stilte. Dat lukte me voor geen meter. Ze waarschuwden dat ze me zouden verwijderen. Ik kon er alleen maar om lachen, maar maakte door handgebaren duidelijk dat ik uit eigen beweging wel zou vertrekken. 
Ik kon en kan niet het respect opbrengen voor die ondermaatse figuur, die zo graag heel erg groot wilde zijn.


Maar wel voor die arme sukkel die onder de Belgische grasmat lag, onondekt. Zou hij nog rond gezworven hebben als geest. Ieder die zich daar waagde en er uitzag als de vijand proberen te raken of weg te jagen? 
Terwijl er hobbyisten de laatste jaren die slag bij Waterloo zo authentiek mogelijk hebben nagespeeld? Nou, als ze echt authentiek zou zijn, verdwenen ze zelf voor 200 jaar onder de zoden. Zal wel niet. Hoe het ook zij, ik heb de neiging om te salueren! Grote klasse! Ik hoop dat ie eindelijk rust heeft gevonden, de held! En in gedachten trek ik nog een lange neus tegen die kleine in de tombe. Salut en de kost...

woensdag 6 juni 2012

Zomaar een woensdag

Al voor ik mijn ogen open had vanmorgen, was het al mis. Ik hoorde het op het dak, ik hoorde het toen ik de trap afkwam, dwars door het geblaf van de honden en ik zag het toen ik het rolluik omhoog liet zoeven. Buiten zag alles grijs en grauw. Het motregende en dat was nog maar zacht uitgedrukt. Ik zuchtte eens diep. Ook dat nog. Eerst maar ontbijten. Terwijl ik mijn boterham kauwde, kreeg ik het idee om de laptop eens aan te zetten en de buienradar in te schakelen. Het duurde weliswaar nog wel even voor ik de deur uit moest, maar een mens kan nooit te voorzichtig zijn en het internet staat voor niks. Wat ik zag op het scherm stemde me niet vrolijk. Het zou minstens aanhouden tot ik mijn fiets op zou moeten, waarschijnlijk langer. Ik diende op tijd bij de tandarts te verschijnen. Nog nooit was het zo bar en boos, zo lang ik daar kwam in het naburige dorp. Ik besloot het busboekje eens te raadplegen. Tja, dat ging prima, tenminste op de heenweg. 


De mondhygiëniste stond al klaar. Tot mijn verbazing hoefde ik niet het vervelende onderzoek te ondergaan, waar ik de afgelopen tijd zo tegenop had gezien. Af en toe bekijken ze hoe het er met mijn tandvlees voorstaat. De aardige vrouw met mondkapje wacht dan tot ik plat lig. Zij en de tandarts zijn de enige vrouwen die dat dusver voor elkaar hebben gekregen. Daar houdt het ook mee op, ik wil de goden niet verzoeken(of godinnen). Dan buigt ze zich over mij heen en ik open mijn mond, zodat zij met een hele hoop metalen dingetjes in mijn mondholte tekeer kan gaan. Het lijkt wel meer als een automonteur gebruikt, al lijkt me dat gezien de ruimte vrij onmogelijk. Elk tangetje, dat er op een verrijdbaar kastje uitziet als een onschuldig ding, doet aan als een bako of waterpomptang zo gauw het mijn lippen voorbij is. Ik houd mijn ogen stijf dicht, terwijl zij met mondkapje waarboven haar blauwe ogen en met haar blauwegehandschoende vingers haar ambacht beoefend. Het liefst zou ik nog een briefje op mijn neus plakken met daarop ´ik ben d´r niet´, maar ik begrijp ook wel dat dat niet gaat. Alles komt neer op een trauma dat ik tig jaar geleden opliep bij de hoefsmid die zich schijnbaar ook tandarts mocht noemen uit mijn jeugdige adolesentie-jaren. Hij verordonneerde op laconieke wijze een behandeling, wat in de praktijk neerkwam op een martelgang van enkele uren uitgesmeerd over diverse afspraken ZONDER VERDOVING. Hij boorde gezellig tot op mijn zenuwen, zodat ik geregeld het gevoel had dat ik drie of vier luciferdikke restantjes had staan van wat eerst een kies was geweest met daartussen een spelonk waar de gidsen van de grotten van Valkenburg zich de vingers bij af zouden likken. Daar flikkerde die een hoop amalgaan in en pleisterde dat in redelijke vormen. Het geheel zat wel...tot nu toe! Maar mijn diepe afkeer van tandartsen nam echt traumatische vormen aan. Zo erg dat ik dagen niet sliep als ik naar de tandarts moest voor een simpele controle. Mijn toenmalige vriend stelde eens voor om zo´n sessie na te bootsen. Hij nam een vork ter hand, vroeg me mijn mond te openen en hetzelfde moment stond ik al op de gang. Hij had verdomd veel geluk dat ik hem geen ram voor zijn kanus gaf, want op dat moment was hij voor mij de tandarts. Een monster uit mijn kinderdromen was er niks bij.


Dat stadium ben ik, de hemel zij dank, voorbij. Ik ga tegenwoordig fluitend naar de vrouwen die mijn gebit in tiptop-conditie houden. Maar ik behoud me het recht voor de boel te laten verdoven voor een behandeling zoals boren. De vrouwen stemmen daar glimlachend in. Ik ben ervan overtuigd dat ze meer ´schijterige´ mannen gewend zijn, iets wat ze beroepshalve zeer goed weten te verbergen, opgesmukt met het nodige respect. Een beetje tandarts dient nl. ook zakenvrouw te zijn, zeker in dit tijdsgewricht! 
Van de praktijk uit ging ik weer fluks naar de bushalte. Daar wachtte mij nog een pauze, alvorens het openbaar vervoer zou arriveren. Ik doodde de tijd met mijmeren, de bomen in de omgeving te bewonderen alsmede een ietwat vervallen maar prachtig huis ter plekke en nog even te zwaaien naar een collega die voorbij reed, omdat ze daar een zaak heeft vlakbij. Onderwijl startte de motregen weer vrolijk. Ik stak de weg over en stapte in toen de bus arriveerde.
Eenmaal in de stad liep ik richting centrum. Mijn gsm had het begeven en deed ´raar´. Gister was ik al even bij de winkel. De jongenman vroeg, nadat ik mijn klacht had geuit, naar het simkaartje, propte dat in het toestel en overhandigde me het met een soort van sarcastisch lachje ´hij doet het gewoon hoor...´ wat mijn zelfvertrouwen reduceerde tot dat van een peuter uit een achterstandswijk. Zwijgend verliet ik het pand. Nadat ik vlakbij een cappuccino met appelgebak had genoten, bekeek het ding nog ´s. Ha, hij deed het weer niet! Sluit de lader aan, zei die. Ja, dat had ik de laatste dagen alleen maar gedaan, maar geen bereik. Het kreng verdomde het. Techniek is leuk, zolang het werkt. Daarna wordt het een ´bloody nuissance´....
Ik had echter geen zin meer om terug te keren op mijn schreden en besloot later opnieuw een poging te wagen, want ik was al halverwege de grote bushalte en best moe na een nacht van werken. 
Vandaag stapte ik weer binnen, legde uit aan een andere jongeman, wat er aan de hand was en dat ik vermoedde dat er iets mis was met de batterij. Hij keek ´ns, vroeg om het aankoopbewijs. Ja, verrek, dat had ik niet in mijn zak gestoken, te druk met de buienradar en zo. Of ik nog ´s terug wilde komen met  dat ding, want anders duurde het veel langer, het vertegenwoordigde meteen de garantie. Welja, dat moet dan maar. Mismoedig liep ik weer de stad in. Ik had vanmorgen al een donkerbruin vermoeden dat er zoiets zou gebeuren en dat deze dag als mislukt was, voor die goed en wel begonnen was. Buiten regende het weer. 


De kermis stond mismoedig te kijken op het plein. Dan maar effe lunchen. Ik stapte de V & D binnen. De broodjes daar bevielen me vandaag allerminst, bovendien werd alles geblokkeerd door een horde ouderen, die maar niet op wilde schieten. Wat een getreuzel. Weg hier...Bij de Hema ging het beter. Ik nam een broodje en een cappuccino en ging zitten aan het enige vrij tafeltje. Tussen het toilet en de afruimkarren, niet echt ideaal, maar vooruit. Ik knabbelde aan het broodje, het smaakte naar niks. Even later viel er een kwak ondefinieerbare saus uit. Gadver, had ik nou nog maar dat broodje Surinaamse kip genomen. Voor mij ging een ouder stel voorbij. Zij had duidelijk de leiding, hij volgde. Drentelde naar een tafel, terwijl het assortiment in zich op nam en ´of het wat was´. En voor ik er erg in had, dirigeerde ik de man met een hoofdknik om zijn vrouw te volgen. Idioot, een volslagen vreemde man, het ging vanzelf. En nog idioter...hij deed het ook nog. Waarshijnlijk was hij zo blasé dat ie dat automatisch al deed, wie hem ook het zetje gaf...
Even later kwam er een oudere dame met haar kleinkind. Het meisje wilde zitten waar het niet kon. Oma legde het uit, maar ze wilde niet luisteren. Op aandrang van oma ging ze een servetje halen om de stoel droog te maken. Toen dat gebeurd was, veranderde ze van mening en ging aan de andere kant van de tafel zitten. Meteen begon ze te dreinen. Het meisje had hoogblond haar en was verder helemaal in het hardroze. Oma leek net een Zweedse, kort haar, kittige bruine oogjes en een strakke mond. Haar blik dwaalde rond. Daar kwam dochterlief. Nu werd de hele boel verhuisd. Dochter keek net zo rond als moeder met haar paardestaart en wat grotere ogen. Kind dreinde door. Ik verliet de lunchroom en het pand.
Ik liep naar de supermarkt toe, ten einde wat levensmiddelen in te slaan, nu ik toch hier was. Dat ging verder prima. En via de kathedraal liep ik naar de andere bushalte toe. Eenmaal gezeten, zette ik de zware tassen naast mij op het bankje. Tegenover begon de kermis, achter de toren verscheen een lange arm met een bakje er aan, waarop lampjes schenen. Het motregende flink, wat een triestig plaatje opleverde. Steeds kwam de arm voorbij en de lampjes versprongen van felpaars naar groen, naar oranje, blauw en geel. Wat een zinloze bezigheid, dacht ik. Het regende nog harder. Auto´s en vrachtwagens denderden voorbij, wolken van opspattend water achter zich aan toverend. 


Langzaam zag ik de tijd die nog restte voor mijn bus arriveerde verstrijken. Toen verschenen er twee tegelijk. Ik stapte in de achterste. Ik herkende de chauffeur, dezelfde als gister. Hij zei vriendelijk goeiendag. Vrolijk tufte hij naar ons dorp. Ik stapte uit met mijn tassen in de hand en de paraplu vooruit gestoken. De chauffeur zwaaide nog. Tevreden spoedde ik me huiswaarts, waar de honden op me wachtten. Vanavond een ovenschotel. Ik had behoefte aan iets warm en vriendelijks. Wat een dag...

zaterdag 2 juni 2012

Oranjegekte in aantocht

De lente doet haar uiterste best. Vanuit een ooghoek zie ik tennissende dames weer kreunend over het gravel schuiven. Ach ja, het sportseizoen is weer in volle gang, bedenk ik me. Het EK komt er aan, zoveel is zeker, dat is onmogelijk om te missen. De supermarkten verdringen elkaar, niet om hun kruidenierswaren aan te prijzen maar om hun frutsel en fratsels te tonen, zodat een ieder weet dat ie bij een bepaalde hoeveelheid aan boodschappen deze rommel mee mag nemen. Er zullen weer fanatiek jongetjes en meisje navraag doen of men dit of dat heeft gekregen van de cassiere, misschien geheel overbodig? Maar ook gretige moeders en oma´s kijken je verlekkerd aan, niet omdat je een waanzinnig geil uiterlijk hebt, nee, ze hebben het voorzien op voetbalplaatjes, wuppies, gruppies of fluppies of op rare toeters en bellen, meestal oranje gekleurd. De voetbalspelers zelf laten zich filmen in de meest krankzinnige poses met rare beestjes in hun haar, op hun kont of waar dan ook, terwijl rappers, volkszangers en operasterren hun achterna zingen alsof hun leven er van af hangt. Ik kijk er met lede ogen naar. Wat moet een enigszins intelligent mens hier mee?


Maar ja, zijn er überhaupt nog eniszins intelligente mensen te vinden in ons kleine kikkerlandje, de komende tijd? Waar de tradioneel als nuchter en doe maar gewoon dat is goed genoeg- bekend staande Nederlanders hun eigen eigenwijze gang gaan, slaat in deze tijd een complete gekte toe, een soort van bewustzijnsvernauwing vanaf het moment dat ze enkele heren in het oranje zien. Er is geen richt meer mee te schieten. Sommige vrouwen doen nog wel pogingen om, zoals gewoonlijk hun mannen en de rest van hun gezinnen enigszins in het gareel terug te dringen, maar helaas...onbegonnen werk! Dat mondt dan uit in gemopper, soms geruzie en geweldige discussie´s of ijzige langdurige stiltes en sessie´s van negeren. Vooral de dames die houden van het betere filmwerk of gewoon rust in de tent hebben het moeilijk. 
Ook buitenshuis slaat de koorts toe. Het is een epidemie die nationaal is en gewoonweg niet te stoppen. Hier is geen inenting tegen bestand. Al in een vroeg stadion ziet men hele buurten bezig. De vogelaarswijken, aandachtswijken of achterstandswijken, volgens mijn gewoon gezellige volksbuurten nemen het voortouw. Hele straten en wijken kleuren oranje, onze nationale kleur. Partytenten verschijnen, meterslange snoeren met vlaggetjes in oranje en rood-wit-blauw. Sommigen maken het heel bont en schilderen simpelweg hun huizen. Ook worden soms tv-toestellen buiten gezet om gezamenlijk het voetbalgeweld op te kunnen volgen en bouwt men tribunes met tuinstoelen er op. De barbecues worden klaargezet, fritespannen gecontroleerd, massaal frituurvet, bitterballen en andere snacks ingeslagen, alsmede mayonaise, curry en ketchup. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Er kan geen tijd verspild worden aan bijzaken als eten en drinken. De brouwers draaien overuren en wachten, handenwrijvend of - wringend op warm weer. Hun omzet zal zeker weer stijgen. 
Ondertussen bereiden de heren zich voor, waar het allemaal om te doen is. Onder de bezielende leiding van Bert van Marwijk, de held die onze trots al eerder opstuwde tot grote hoogte met een gezicht van ´waar heb je het helemaal over´ dient uit te zoeken wie er al dan niet opgesteld wordt en voordien wie er überhaupt mee mag doen. Het commentaar is natuurlijk niet van de lucht. Zoals ik las ´in deze tijd bestaat de Nederlandse bevolking uit 17 miljoen coaches´. Voorwaar geen sinecure! Maar tegelijk heeft dat ook een ongelooflijke charme. Iedereen zeurt en zeikt er over of men er nou verstand van heeft of niet. Men dient gewoon een mening te hebben. En degene die dat niet heeft, is verdacht of een allien. Die staat gewoonweg buiten de maatschappij en men dient er verder ook geen rekening mee te houden. Zonder woorden zegt men eigenlijk dat die ´niet normaal is´. En dat is ook nog een volkomen terechte vaststelling.
De voetbalhelden die het waar zullen gaan maken, daar is geen twijfel over mogelijk, doen meestal uiterlijk gezien koelbloedig hun werk. Sommige mensen schijnen hen vanaf de bank dan toe te roepen met leuzen als ´lopen luie miljonair´ en meer van dat fraais. Ze nemen het allemaal erg persoonlijk. 
Laat een voetballer van het eigen elftal zich tactisch gezien op een geijkt moment vallen, grijpend naar een of ander ´gekwetst´ lichaamsdeel dan snuiven ze verontwaardigd, onderwijl de scheids uit makend voor ´blinde kip´ of meer van dat fraais, als die geen strafschop uitdeelt. Maar als de gazon-acteur wel sukses boekt, dan slaan ze zich van plezier op de knieën en verheugen ze zich volledig.
Nog erger wordt het als Nederland van Duitsland lijkt te gaan verliezen. Of erger nog: gelijk spelen. Dan komen de penalty´s. Ik vrees dan ook voor menig ouder hart in dat geval. De spanning die gezamenlijk naar een hoogtepunt wordt gevoerd, ondersteund met hitte en het overmatig gebruik van gefrituurd eten en bier, kan in vele gevallen leiden tot medische problemen. Dat alles wordt echter op de koop toegenomen.
Er staat gewoon teveel op het spel om het niet serieus te nemen. Ik bedoel 22 mannen die  als volslagen idioten achter een stuk opgepompt leer aandraven met een man met een fluitje er tussen, die in het beste geval niet in de weg loopt of anderszins het spel hindert en twee andere mafkezen die langs dat grasveld met een vlaggetje lopen te rennen en daaromheen een zooi mensen die zingen, roepen. fluiten, schreewen, lachen, huilen, rollen closetpapier gooien of rookbommetjes afsteken met daartussen filmcamera´s en achter de goals fotocamera´s. Wie wil dat nou niet zien? 

Tja, enkele of meerdere dames die liever een goeie detective zien of ´gewoon´ rustig een boek lezen of een kruiswoordpuzzel invullen, zonder gebrul en geloei vlakbij en hunkeren naar het einde van deze periode zonder eind....en dan heb ik het nog niet over de manier waarop de opgebouwde spanning een uitweg zoekt in de echtelijke sponde! Ook dat nog...
Die dames die geen frikandel meer kunnen ruiken of pilslucht, die geen vlaggetje meer kunnen zien, geen wuppie meer verdragen. Die willen gillen bij elke reclame of de cassiere wel kunnen wurgen die er op aandringt dat ze de rommel meeneemt voor man en kroost. En hoe zit het met de voetbalvrouwen. De spreekwoordelijke bimbo´s die met hun glas champagne kijken naar wat vriendlief of manlief neerzet op de groene mat. Geen sex, nee schat, je weet ik moet spelen. Geen tijd voor de P.C.Hooftstraat of de winkelarcade in Milaan. En zelfs hun minnaar moet wachten. Want het schijnt dat ze altijd wel een leuke lover achter de hand hebben, voor als het misgaat met hun voetbalmiljonair. Ze mogen dan wel voor blond doorgaan, maar een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. En niet iedereen is een ex-Spice girl Victoria die aardig bijkleunt in de Vs of een Sylvia, die eigen tvshows heeft in die Heimat. Je moet toch iets als je vent na een jaar of drie weer toe is aan wat anders....Ook voor hen is het dus afzien. 
Ik las op een van mijn social media het volgende: Bevolkingsonderzoek: iedere man dient zijn erectie op te meten. Mocht die onder de 15 cm uitkomen, dan dient men vlaggetjes, toeters en bellen op te hangen om het te compenseren, aan huis, in huis en aan de auto. Dat laatste is natuurlijk een algemeen geaccepteerd verlengstuk van het mannellijk orgaan. De meeste vrouwen die ik ken, aaien hun man of vriend spreekwoordelijk over de bol ter compensatie als hij bezig is over zijn favoriete speelgoed, de automobiel, omdat ze uit ervaring of van hun moeder weten hoe belangrijk het is om manlief tevreden te houden, ook voor de vrede in huis. De auto, voetbal of hun piemel, het maakt allemaal niet zoveel verschil voor de heren. Daarom dames, blijf aaien, zet de frituur aan en de pils koud. En adem diep door. Voor je weet is het voorbij. Vraag niks over buitenspel en zo. Reik pils aan, doe of je meejuicht, leg je dvd´s klaar voor later en gooi nog wat in het vet. En wacht af. De Tour is zo hier...
Kan iemand mij als-je-blieft nog even uitleggen welke idioot op het idee is gekomen om een foto te schieten, waarbij de eerste rij voetballers er uitzien alsof ze bijna gaan zitten op het toilet?